Posts tonen met het label Verscheen eerder op 'Jut blogt'. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Verscheen eerder op 'Jut blogt'. Alle posts tonen

vrijdag 6 maart 2015

Plantaardige vetstoffen



Langzaam sloop Eugène naar de keuken, hij bond de bloemetjesschort voor en haalde de soja minarine uit de ijskast.

‘Soja, sohohoja’ zong hij zachtjes, ‘weinig vet, superzacht, soja...’
Ineens knipte het licht aan, en daar stond mevrouw Arlette in de deuropening.

‘Leg Het Terug’
‘NU’


Maar Eugène voelde zich dapper, hij wist dat hij juist zat, de soja boter hoorde in de vuilbak, en daar zou hij haar gooien. Vette roomboter wou hij, om spek in te bakken, en uwen bruine boterham in te soppen, met bruine suiker.
Geen minarine kon tippen aan die smaak, aan die gewaarwording.


‘Nee, Arlette, ik ga ze weggooien, cholesterol is een uitvinding van de grote margarine en minarine lobby, maar nu is het genoeg geweest, het is eindelijk uit.’
Eugène voelde dat hij niet alleen stond, en ineens baadde de kamer in een fel wit licht. Mevrouw Arlette deinsde achteruit, want achter Eugène dook een massa op, Den Boterberg, terug van weggeweest en met een enorm geraas verpletterde hij mevrouw Arlette.
Tevreden gooide Eugène de soja minarine in de vuilbak, en bakte een paar lapjes spek in een restje boter.
Zachtjes neuriede hij ‘Soja, sohohoja, weinig vet, supperzacht, soja,’





 

zaterdag 27 april 2013

Lente



Jos keek naar zijn aardappelveld. Daar lagen ze, knolsgewijs in de aarde, te wachten tot ze zouden gaan groeien, schoon aangeaard, geen coloradokever te bespeuren.

Jos zuchtte, en leunde tevreden op zijn riek. Grote dichters hadden den aardappel bezongen, Ter Balkt, Cami en hier, op zijn veld, in zijnen hof groeiden ze.
Jos werd weemoedig en pinkte een traan weg, de natuur was toch schoon. Hoe zouden ze het hebben, daar onder de grond, terug van waar ze gekomen waren, rebirthing als het waren. Jos grinnikte, eigenlijk was hij best grappig, somtijds. En poëtisch.
Zijn gedachten dwaalden weer naar de petatten, de petatten, de petatten in zijne grond.

En toen gebeurde het. Ineens besefte hij iets vreselijk, ze lagen te stikken!

Hij had ze levend begraven, bedolven onder zand. Hij hoorde ze roepen, snakken naar lucht, hij hoorde ze huilen, en zachtjes naar adem happen, maar er was geen adem, ze zouden omkomen. En hij, hij was het monster dat dit op zijn geweten had. Een kind duw je toch ook niet terug in de moederschoot? Wat had hij gedaan?

Het angstzweet brak hem uit, hij keek achterom, kwam de politie al, snel hij moest iets doen.
En als een gek begon hij te graven, met zijn blote handen haalde hij de aardappels terug boven, hij suste, en huilde, en smeekte om vergeving.
De aardappels zwegen echter in alle talen.

Verslagen zat boer Jos tussen zijn uitgegraven petatten, petatten, de uitgegraven petatten op zijne grond.

zaterdag 20 april 2013

Examen



‘Ga zitten juffrouw. U hebt uw vraagjes voorbereid?’
Het meisje knikte angstig.
Professor De Bondt was gekend en berucht.
‘Goed, vertelt u mij dan maar eens iets over het 20e-eeuwse Europese theater.’
‘Euhm, dit theater kenmerkt zich door een aantal vernieuwingsgolven, denken we aan de psychologische authenticiteit bij Stanislavsky, en de bewustwording van de maatschappelijke realiteit bij Artaud.’
‘Bij Artaud?’ onderbrak haar docent, terwijl hij zijn jasje uittrok.
‘Bij Brecht, bij Brecht bedoel ik’, zei het meisje snel.
‘En Brecht zijn voornaam was?
‘Bertolt?’
‘Ja, Bertolt, en hoe schrijven we dat?’
‘B-H’
Hij deed zijn overhemd los en uit.
‘Ik bedoel B-E-R-T-E ‘
Zijn broek ging vlot naar beneden, schoenen had hij blijkbaar niet aan.
‘O, na de T volgt een O’
‘Ja, en verder?’
‘ L en D’
‘Het meisje keek naar haar examinator, die ondertussen in zijn onderbroek stond. Haar blik leek op die van een konijn die naar de jager kijkt.
‘Jammer, een T, Bertolt eindigt op een T’ grijnsde hij gemeen en schoof tergend traag zijn grijze boxershort naar beneden. ‘Details zijn belangrijk, meisje’
‘U kan gaan’
De naakte prof zwaaide vrolijk, en riep haar nog na :’laat u de volgende binnen?’

maandag 1 april 2013

Paashaas



‘Ik wil een konijntje, ik wil zozozozo graag een konijntje. Maar, we hebben geen tuin, he mama, dus we kunnen nooit een konijntje hebben.’

In de grote blauwe ogen van haar dochter blonken tranen. Ze wou zo graag iets beloven, een tuin, een konijn, een paard als het moest, maar ze moest realistisch blijven.

‘Maar meisje toch’, troostte ze, zoals alleen een moeder kon troosten, ‘we hebben toch Blub.’
Ze keek naar de ronde kom met de neurotische goudvis, en realiseerde zich dat dat toch niet hetzelfde was.
‘Dat is niet hetzelfde, mama’ - Hup daar had je het - ‘Ik kan Blub niet aaien, of pakken en en en ik wil zo graag en kohohohonijijijn.’
Ze streek haar dochter over haar haartjes, en zuchtte.
‘Ik zal mijn best doen.’
Het kind sprong van haar schoot, en lachte door haar tranen heen.
‘Je bent de liefste mama van de hele wereld.’

Nog diezelfde avond had de moeder een verrassing.
‘Kom eens kijken, schat.’
Het kind haar glimlach verstijfde op haar gezicht.
‘Smakelijk, meisje. Konijn, speciaal voor jou. Wil je het graag een naam geven, of eet je het anoniem op?’

woensdag 27 februari 2013

Nooit te vroeg



Na het sporten wandelde Joris bezweet de keuken binnen. Hij trok de koelkast open, nam de fles melk en schonk een glas in dat hij gulzig uitdronk.

Zijn ouders, nonkel Karst en zijn jongere zus Annelies keken toe terwijl ze aan de keukentafel zaten.
Zijn vader balde zijn vuisten en toen hij een tweede glas inschonk begon zijn moeder te huilen.
Niet begrijpend keek Joris naar de keukentafel, ‘Mama, wat is er?’ Er flitste vanalles door zijn hoofd, ze keken allemaal zo bezorgd, zou mémé overleden zijn? of de kat overreden? Was er iets anders gebeurd, had hij zijn ex-vriendin zwanger gemaakt en had die dat tegen ons Annelies gezegd en die natuurlijk tegen de papa?
Vragend hief Joris zijn handen in de lucht.
‘Watte’ vroeg hij in schabouwelijk Verkavelingsvlaams terwijl hij zijn melksnor wegveegde.
Zijn vader liep rood aan, ‘watte?!?’ riep hij, ‘Rustig, nu Karel’ piepte zijn moeder’ ‘Papa, wacht efkes’ riep Annelies.
Wat was hier gaande?

Joris wou naar zijn kamer gaan, maar nonkel Karst hield hem tegen. ‘Jongen, we moeten even praten, ik ben hier omdat ik dicht genoeg bij jou sta om het op te merken, maar toch niet tot dat kerngezin hoor, jongen, wij moeten praten, als volwassen mannen bij elkaar.’
Snel dronk Joris het laatste restje melk op. Zijn vader stond op van tafel en liep vloekend naar de gang, zijn moeder begon hysterisch te huilen, en Annelies suste, terwijl ze haar arm rond hun mama haar schouder legde.
‘Wat is hier aan de hand’ riep Joris, ‘Niet agressief worden, jongen. Kom ga zitten, we weten dat je een probleem hebt, we volgen het al een paar weken, en vandaag zijn onze vermoedens nog maar eens bevestigd. De manier waarop jij drinkt, als een bezetenen dat glas leegkapt, zelfs niet genietend van de drank, gewoon zo snel mogelijk alles naar binnen kappen, en bijvullen en terug ad fundum. De snelle roes, de gemakkelijke vlucht.’
‘Het is melk’ stamelde Joris.
‘Ja, misschien, maar de manieren zijn er, de tekenen wijzen in dezelfde richting, je bent nog jong, nu moet je je herpakken, voor het misgaat, want straks gaan de cijfers op school achteruit, foute vrienden, goedkope pils en wodka uit de nachtwinkel, de goot jongen, in de goot staat een naam, Jouw naam.’
‘Ik zit in mijn tweede jaar rechten, ik sport, ik heb geen probleem’ riep Joris.
‘Stil jongen, rustig maar, we menen het goed. ‘ ‘Ontkenning, mama, hij ontkent nog.’ hoorde Joris zijn zus fluisteren.
‘Er is niets te ontkennen, het is melk!!!!’
‘Nee, man, je bent op de foute weg, we hebben het hier allemaal gezien, de snelle gulzige zoektocht naar goedkoop vertier, en dan vieze ziektes opdoen, en u prostitueren om geld te vinden, en uw moeder heeft al zo’n verdriet.’
‘Het is MELK, MELK, alstublieft’
‘Rustig Joris, dit is voor ons ook niet makkelijk.
Nonkel Karst knikte naar de deur waar twee mannen in witte jassen verschenen, en langzaam Joris meenamen.
‘Het Is MELK, GODVERDOMME, MELK!!’ riep Joris terwijl hij in de anonieme wagen werd geduwd.
Huil maar troostte Nonkel Karst zijn zus, het is voor niemand makkelijk, maar beter voorkomen dan genezen.’


zaterdag 16 februari 2013

Valentijn



Irène was blij dat ze assorti ondergoed had aangetrokken, en dat alles netjes onthaard was. Dat moet uiteraard niet, maar ze was al zo onzeker over haar lichaam dat ze desbetreffend geen extra stress kon verdragen.
Marcel keek haar aan, ‘Woooooow, Irène’ sprak hij smachtend, ‘Kom hier da’k u…’
Voor hij verder kon gaan piepte Irène ‘Marcel, ik moet u eigenlijk iets zeggen, we moeten wel een condoom gebruiken, want ik heb, allee, ‘t is te zeggen, ge moet weten,…’
Marcel keek haar met blinkend oogjes aan.
‘Ne soa, Irène, echt? Waaauw, Irène, ik kick op vieze ziektes’
Hij hijgde moeilijk en keek haar likkebaardend aan.
‘Wat heb je voor daddy in de aanbieding, baby’, kreunde hij.
‘Wel, stamelde Irène ongemakkelijk.
‘Is het genitale herpes? Cindy had genitale herpes, dat was lachen. Of goede ouderwetse syfilis? Of een druiper? Nee, bij dames heet dat Gonorroe zekerst. Kom Irène, zeg het, baby, ik ben helegans opgewonden, laat mij niet langer wachten, komaan, darling, zeg het. Zijn het schaamluizen? Of een serieuze hiv-besmetting?’
Hij kwijlde nog net niet
‘Candida’ fluisterde Irène, ‘een schimmelinfectie, ik heb zalf van den dokter, maar het is het beste als ik tijdens…’
‘CANDIDA?’ Schreeuwde Marcel,
‘Candida?
Fucking CANDIDA, dat is geen soa, loeder, dat is een ordinaire vaginale ontsteking die veroorzaakt wordt door een schimmel die van nature aanwezig is in de vagina en normaal geen last berokkent.
Trut.
Hebt ge antibiotica gepakt, zeg het maar, vuil liegebeest of wast ge u met zeep, dààr?
Ik dacht dat ge iets schoons onder de leden had, sorry Irène,een relatie is gebouwd op respect, en vertrouwen.
Ik ga.’
Irène keek hoe Marcel zijn broek aantrok, en veegde een traan weg.–