Posts tonen met het label Verscheen eerder op 'Jutblogt'. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Verscheen eerder op 'Jutblogt'. Alle posts tonen

donderdag 30 april 2015

Een nieuw concept



Het was een foutje van de natuur, had de professor gezegd, een klein mankementje, ietske teveel, vlees noch vis.
En dus reed hij nu rond met haar camionette.
Naar scholen, en buurtverenigingen, voetbalclubs, bejaardenhuizen, speelpleinen, ervaringsgerichte scholen, boerinnenbonden, naar mondaine feestje en slempartijen, biljartlokalen en sportverenigingen. Als je hem vroeg, kwam ze.
In grote letters op zijn camionette

‘Zit het niet mee, bel René(e)’

Vaak gaf René(e) lezingen, hij toonde dat het oké was om anders te zijn, dat je, zelfs al had de natuur een gemene grap met je uitgehaald, je leven in handen moest nemen. Vooruit met de geit! Geen woorden maar daden!
Maar eigenlijk was dit slechts een randactiviteit, de core business van René(e) was iets anders, ze had een Talent en dat had hij ontdekt toen ze nog jong was, en zijn seksualiteit nog voor verwarring en twijfels zorgde. Op een dag stond ze voor de spiegel, poedelnaakt het teveel te vervloeken, en toen ineens was daar Het Inzicht.
Als Franciscus (Franciska?) werd hij van haar paard gebliksemd, en huilend zeeg ze neer voor de spiegel. Eindelijk, eindelijk was daar het Licht, het Doel, het Waarom.


Renee is Slecht/Goed Nieuws Man.

Een roze maillot, zwarte cape, deftige hoge hoed, en gemakkelijke stapschoenen werden haar uniform, de camionette zijn trouwe gezel.
Mensen hebben het deze dagen moeilijk met slecht nieuw, maar elk ongeluk heeft zijn keerzijde, het goede bestaat enkel dankzij het kwade, yin en yang.

René(e) belde aan de voordeur van het witte huis, een eenzame kat miauwde, de vrouw deed open, René(e) boog het hoofd en nam zijn hoed af.

‘Goedenavond, mevrouw, Slecht/Goed Nieuws Man hier.
Het leven is niet altijd eenvoudig, maar alles heeft zijn keerzijde, het slechte nieuws is dat uw man zonet geplet werd in de Kennedytunnel, het goede nieuws echter is dat zijn minnares, u tot hiertoe onbekend veronderstel ik, bij hem in de auto zat en gruwelijk verminkt werd’

Uit de woonkamer klonk gelach en gezang ‘Is het papa?’ riep een kinderstem. De vrouw verloor haar bewustzijn en Slecht/Goed Nieuws Man verdween met haar camionette in de duistere nacht, op zoek naar nieuwe avonturen.



donderdag 26 maart 2015

Kabouters



Bij nacht en ontij sloop hij het huis uit, en liep naar het bos.
‘Paddenstoelen zoeken, paddenstoelen zoeken’
Hij plukte tot zijn mandje vol was en sloop terug naar huis.

Voldaan kroop hij naast zijn vrouw die vredig lag te slapen.

Of hij danste rond de oude eik, of poetste een lantaarntje op.

In zijn kleerkast lagen, veilig verstopt tussen zijn truien, een rode puntmuts en groene pantoffeltjes. Hij kende het werk van Rien Poortvliet vanbuiten.

Maar hoe moest het nu verder?

Hij snifte luid, de psychiater reikte hem de doos met zakdoekjes aan.
‘Ik ben credit risk controller in een gewaardeerde firma, maar eigenlijk diep vanbinnen voel ik mij een kabouter.’

De psychiater kuchte, schraapte zijn keel en zei toen zakelijk, en zonder zweem van spot:
‘Beter zo dan andersom.’


zaterdag 21 februari 2015

Wie het schoentje past



Rustig liep de man over de straat.
Hij had geen onderbroek aan, maar dat wist niemand, en niemand zag het.
Hij liep gewoon over straat, een man in een net pak, met een das en een aktetas in zijn linkerhand.
Maar zonder onderbroek.


Hij voelde zich zo subversief, zo moedig, zo zondigend tegen de regels van goed fatsoen.
Zachtjes neuriede hij iets van Bach.
Dat maakte het geheel af, vond hij, zo geciviliseerd en dan zonder onderbroek. De pretlichtjes in zijn ogen waren wel voor iedereen zichtbaar, en vriendelijk glimlachte de mensen terug.


Waarom lachen ze, dacht de man angstig, zouden ze het merken, de aria in zijn hoofd verstomde. Een heer keek hem glimlachend aan en het leek alsof hij iets spottends in de blik had.
Onwillekeurig voelde de man aan zijn rits, ze was toch toe? Er hing toch niets buiten?
Zweet parelde op zijn voorhoofd. Hij ging vlugger lopen, en drukte zich tegen de gevels, zijn handen beschermend voor zijn kruis.
De mensen keken hem bezorgd aan, sommige staarden en er was zelfs een dame die de straat overstak.
Schichtig keek hij om zich heen. Overal zag hij nu mensen. Ze keken naar hem, ze fluisterden tegen elkaar. Ze wisten het! Ze lachten hem uit, ze konden het zien, ze wisten het, hoe kon dat nu, waarom toch? Waarom?


‘Nee, ik heb geen onderbroek aan’ riep de man uit en begon te huilen.

Schokschouderend liep hij naar huis en sloot zich op voor de rest van zijn leven.